Het waait er waar zij staat aan dek,
zij heeft alleen aan meeuwen geen gebrek.
Haar krijsen zal hier niemand horen.
Vanaf de brug wordt ze bespied.
Kijkers hangen aan haar lippen.
God weet, wat ze staat te roepen, zegt er een.
-Albatros, waar ben je?
Voer haar op je vleugels mee.
Berg haar ziel in leger zee.-
Als ze haar naar binnen loodsen,
klapwiekt ze op haar tenen.
Wind wrikt aan haar leden.
ISBN 90 6230 064 2