Door de mortel van Montreuil loop ik
een verlaten zondag uit, in de klanken
van een bekende opera denkend aan jou
en je drang naar zee, verre landen
De versie van thuis, door jou zacht mee-
gezongen, overstemt die van hier, schallend
uit schrale kozijnen. En nog verder vouw
ik je vleugels in me open: duizelend
aan de kust van Parijs, op een viaduct
over de Périphérique schommel ik weer
in de loverrijke hof, jij duwend in de diepte,
ik een en al hoogtevrees boven de barakken
vol honger van Zuffenhausen en Fellbach,
en hoger nog, tot tussen de zeemeeuwen
van onze geboortestad, krijsend om het witst.
Heimwee, in zwarte zwermen, krijsende aria's.