HET IS KOUD
In je vraagteken sta je. Blijft
de verbazing. Als voortdurend
het spinnen bij de nachtwake,
je gelooft maar niets.
Het is koud, plots broedsel.
Snuif met de waakzaamheid van de
broedende slang, het roven in angst
en donker. De dood komt, de koude ook.
Rustig dus, rust je dier.
Na het verslinden van het ei, het zaad,
de zaadbal blijft
alles even stilstaan.
Ronkend in de larynx,
het zwijgen uit de stem.
ISBN 90 6230 055 3