Ommekeer
voor Laura, tien
Ik gooi een shilling in het diepe voor mijn dochter
En ze brengt een Victoriaanse penny uit de Landoorlog naar boven
Die ik als wisselgeld kreeg op een bus in het jaar van de maanlanding.
De munt tolt in een boog naar haar beslagen snorkel.
Nu is het een Kennedy halvedollarstuk van haar overoudoom
Die encyclopedische pillen las tijdens de slag aan de Somme.
Nog een! schreeuwt ze. Nog een! En haar benen zijn weg van me
Totdat ik de handstand terugspoel in de zoeker
En mijn dode broer terug zie stromen naar de duikplank
Eerst zijn voeten, hulpeloos, zijn slaapwandelaarsarmen gestrekt.
Meer! zegt ze. Haal alles uit je zakken!
En ik gooi mijn kleingeld erin, mijn huissleutels,
Mijn trouwring, het kwik uit mijn mond,
En zij brengt het allemaal naar me terug in het zilver van water,
Houdt de vangst voor haar ribben daar waar haar borsten op een dag
Zullen opwellen naar het goede, het doorgaande, het ondergane,
Dingen waarin we fundamenten lieten zakken, wadden en zandbanken,
Ons eindige, krioelende, tijdrovende Venetië.
AIDAN MATHEWS
vertaling Bert Bevers
verschenen in Revolver,
29ste jaargang, nummer 117,
Antwerpen, maart 2003
Zwaaien naar treinen
Doen mensen die
naar treinen zwaaien
Dat naar de machinist, of naar de trein zelf?
Of zwaaien ze naar de passagiers?
Die razende vreemden met onherkenbaar
voorbijflitsende gezichten?
Volgens mij
denken ze dat wij het
Leuk vinden om toegezwaaid te worden.
Kinderen ja, en misschien die ene reiziger
Die stiekem zelf graag naar treinen zwaait.
Maar de meeste van ons doet het niets.
Sommigen menen
zelfs dat het gekken betreft
Die daar grijnzend in de velden staan.
Maar onze desinteresse, onze uitgestreken gezichten,
Zelfs onze uitgestoken tongen en geheven middelvingers
Komen pas een paar kilometer verderop.
En tegen die
tijd zijn ze in veiligheid,
Kuieren ze op hun gemakje verder.
Voelen ze zich beter, ten onrechte
Denkend dat hun liefde werd beantwoord
Omdat ze haar niet geweigerd zagen.
Het doet een
beetje aan God denken. Nieuwe dag,
Nieuw heelal. Altijd onderweg.
De diepgelovigen teruggeworpen
Op zichzelf. Alleen in coupés.
Een en al onschuld. Wuivende armen.
ROGER MCGOUGH
vertaling Bert Bevers
verschenen in Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift,
20ste jaargang, nummer 77,
Antwerpen, winter 2002